William Marlow (1740–1813) was een Britse schilder, tekenaar en etser uit de late 18e en vroege 19e eeuw, bekend om zijn landschappen en stadsgezichten (vedute) van zowel Engeland als Italië. Hij genoot zijn opleiding aan de St Martin’s Lane Academy in Londen en werd in de jaren 1760 en 1770 een gewaardeerd lid van de Londense kunstkring, waar het Grand Tour-ideaal en de belangstelling voor het Italiaanse landschap sterk leefden.
Marlow maakte rond 1765–1768 een uitgebreide reis naar Frankrijk en Italië. Deze ervaring werd bepalend voor zijn latere oeuvre. Zijn gezichten op Rome, Venetië en Napels tonen een zorgvuldige balans tussen nauwkeurige architecturale weergave en een zachte, bijna theatrale lichtwerking die het mediterrane klimaat oproept. Kenmerkend zijn de heldere composities, gedempte kleurtonen en de subtiele manier waarop hij lucht, licht en water met elkaar in verband bracht.
Na zijn terugkeer in Engeland bleef Marlow geëngageerd met topografische onderwerpen. Hij schilderde onder meer scènes langs de Theems, landelijke vergezichten rond Richmond en Twickenham, en stadsgezichten van Londen. Zijn Engelse werken zijn minder exotisch van toon dan de Italiaanse, maar behielden dezelfde gevoeligheid voor atmosferische effecten en perspectief. Tegelijkertijd vervaardigde hij etsen en waterverftekeningen die zijn reputatie als topografisch kunstenaar versterkten.
Hoewel Marlow niet tot de meest vernieuwende kunstenaars van zijn generatie wordt gerekend, nam hij een duidelijke plaats in binnen de opkomende Britse landschapstraditie, die later in de 19e eeuw een hoogtepunt zou bereiken. Zijn kunst sluit aan bij de overgang van het meer decoratieve 18e-eeuwse stadsgezicht naar de romantische, natuurgerichte benadering van de vroege 19e eeuw. Marlow’s oeuvre is daarmee representatief voor een periode waarin reizen, cartografie, architectuur en schilderkunst samenkwamen in een verfijnde beeldcultuur.