Adrianus VI werd in 1459 in Utrecht geboren als Adriaan Florensz. Hij studeerde theologie aan de Universiteit van Leuven, waar hij uitgroeide tot een gerespecteerd hoogleraar en bestuurder. Later werd hij leermeester van de jonge Karel V. Door diens vertrouwen kreeg hij belangrijke opdrachten in Spanje, waar hij onder meer bisschop van Tortosa en inquisiteur-generaal werd.
In januari 1522 werd Adrianus tot paus gekozen, terwijl hij nog in Spanje verbleef. Hij kwam terecht in een Kerk die werd geconfronteerd met de opkomst van Maarten Luther, kritiek op misstanden in Rome en de dreiging van het Ottomaanse Rijk. Adrianus erkende dat ook binnen de kerkelijke leiding ernstige fouten waren gemaakt en wilde het pauselijke hof hervormen. Zijn sobere levensstijl en zijn pogingen om de curie te veranderen stuitten echter op weerstand.
Hij was de enige paus afkomstig uit de huidige Nederlanden en zou tot de verkiezing van Johannes Paulus II in 1978 de laatste niet-Italiaanse paus blijven. Zijn pontificaat duurde nauwelijks twintig maanden: Adrianus overleed in september 1523 in Rome. Zijn korte regering wordt herinnerd als een oprechte, maar grotendeels onafgewerkte poging om de Kerk van binnenuit te vernieuwen.