Paulus IV werd in 1476 geboren als Gian Pietro Carafa, afkomstig uit een adellijke familie in Zuid-Italië. Voordat hij paus werd, verwierf hij een reputatie als strenge hervormer. Hij hielp in 1524 de orde van de theatijnen stichten en speelde later een belangrijke rol in de Romeinse Inquisitie. Voor Carafa waren kerkelijke discipline en het bestrijden van ketterij onmisbaar om het katholieke geloof te beschermen.
In 1555 werd hij op hoge leeftijd tot paus gekozen. Als Paulus IV zette hij zijn onverbiddelijke koers voort. Tijdens zijn pontificaat verscheen in 1559 een bijzonder strenge Index van verboden boeken, die het lezen en verspreiden van talrijke werken beperkte. Zijn beleid trof ook de Joodse bevolking hard: met de bul Cum nimis absurdum van 1555 legde hij zware beperkingen op en dwong hij de Joden van Rome in een afgesloten getto te wonen.
Ook politiek was Paulus IV strijdvaardig, onder meer in zijn verzet tegen de Spaanse macht in Italië. Zijn beleid leidde tot conflicten, terwijl sommige van zijn familieleden hun positie misbruikten. Toen hij in 1559 overleed, kwam de woede over zijn regering in Rome openlijk tot uitbarsting. Hij bleef bekend als een paus van radicale katholieke hervorming, maar ook van repressie en religieuze onverdraagzaamheid.