Dante Alighieri werd in 1265 geboren in Florence, een stad waar rijke handelsfamilies en rivaliserende politieke partijen voortdurend om de macht streden. Hij kreeg een brede literaire en filosofische vorming en was zelf actief in het stadsbestuur. In 1300 bekleedde hij het ambt van prior, een van de hoogste bestuursfuncties van Florence.
Zijn politieke engagement had ingrijpende gevolgen. Toen een vijandige factie in 1302 de macht overnam, werd Dante wegens vermeende misdrijven veroordeeld en uit zijn geboortestad verbannen. Hij keerde nooit meer terug. Tijdens zijn jaren in ballingschap schreef hij zijn beroemdste werk, de Commedia, later bekend als de Goddelijke Komedie. Daarin reist een dichterlijk alter ego door de hel, de louteringsberg en de hemel, begeleid door Vergilius en Beatrice.
Het gedicht verenigt middeleeuwse theologie, klassieke literatuur en scherpe kritiek op de politiek en de Kerk. Dante gaf zelfs pausen en andere machtige tijdgenoten een plaats in zijn voorstelling van het hiernamaals. Opmerkelijk was ook zijn keuze voor het Toscaans in plaats van het Latijn, waarmee hij een blijvende invloed uitoefende op de Italiaanse taal. Dante overleed in 1321 in Ravenna. Zijn werk bleef eeuwenlang een spiegel voor de verhouding tussen geloof, macht en menselijke verantwoordelijkheid.