Niccolò Machiavelli werd in 1469 geboren in Florence, midden in het politieke spanningsveld van de Italiaanse stadstaten. Na de verdrijving van de Medici in 1494 maakte hij carrière in de Florentijnse republiek. Als secretaris en diplomaat ondernam hij missies naar buitenlandse hoven en ontmoette hij machtige heersers, onder wie Cesare Borgia. Zijn ervaringen leerden hem hoe weinig politieke beslissingen soms te maken hadden met idealen.
Toen de Medici in 1512 de macht heroverden, verloor Machiavelli zijn functie. Het jaar daarop werd hij op verdenking van samenzwering gevangengezet en gemarteld. Na zijn vrijlating trok hij zich terug op het platteland, waar hij Il Principe (De vorst) schreef. In dit werk onderzocht hij hoe een heerser de macht kon verwerven en behouden, ook wanneer politieke noodzaak botste met traditionele morele voorschriften.
Machiavelli schreef daarnaast over republikeins bestuur, oorlogvoering en de Romeinse geschiedenis. Zijn beroemdste boek verscheen pas in 1532, vijf jaar na zijn dood. Door zijn nuchtere beschrijving van macht werd zijn naam later verbonden met berekende, meedogenloze politiek. Toch was zijn denken veelzijdiger dan dat etiket doet vermoeden: hij wilde vooral begrijpen waarom staten standhouden of ten onder gaan. Hij overleed in 1527 in Florence.