Maarten Luther werd in 1483 geboren in Eisleben, in het Heilige Roomse Rijk. Hij studeerde aanvankelijk rechten, maar koos voor het kloosterleven en trad toe tot de augustijnen. Als theoloog en hoogleraar in Wittenberg raakte hij steeds meer bezorgd over de handel in aflaten en over de vraag hoe een mens verlossing kon vinden.
In 1517 maakte Luther zijn 95 stellingen over de aflaten bekend. Dankzij de boekdrukkunst verspreidden zijn ideeën zich snel. Wat begon als een academische discussie groeide uit tot een conflict over de bevoegdheid van de paus, de betekenis van de Bijbel en de rechtvaardiging door het geloof. In 1521 werd Luther geëxcommuniceerd. Datzelfde jaar weigerde hij op de Rijksdag van Worms zijn opvattingen te herroepen. Tijdens zijn daaropvolgende verblijf op de Wartburg vertaalde hij het Nieuwe Testament in het Duits.
Luthers geschriften en Bijbelvertaling hielpen het protestantisme vorm te geven en beïnvloedden de Duitse taal. Zijn hervorming leidde echter ook tot diepe religieuze en politieke verdeeldheid. Bovendien is zijn nalatenschap omstreden door zijn harde standpunten tegenover onder meer opstandige boeren en Joden. Luther overleed in 1546. Hij blijft een sleutelfiguur in de Reformatie, die het religieuze landschap van Europa blijvend veranderde.