René Descartes, geboren in 1596 in het Franse La Haye en later vooral bekend als filosoof en wiskundige, leefde in een tijd waarin oude zekerheden onder druk stonden. Na zijn opleiding aan het jezuïetencollege van La Flèche studeerde hij rechten en reisde hij als militair en geleerde door Europa. Vanaf 1628 bracht hij een groot deel van zijn leven door in de Republiek der Verenigde Nederlanden, waar hij betrekkelijke rust vond om te schrijven.
Descartes wilde kennis opbouwen vanuit wat niet redelijkerwijs betwijfeld kon worden. In zijn Discours de la méthode uit 1637 formuleerde hij de gedachte die beroemd werd als ‘Ik denk, dus ik ben’. In zijn Meditaties van 1641 onderzocht hij vervolgens de grondslagen van kennis, het bestaan van God en het onderscheid tussen geest en lichaam. Daarnaast leverde hij belangrijk werk in de wiskunde, vooral door de ontwikkeling van de analytische meetkunde.
Zijn ideeën riepen weerstand op bij zowel katholieke als protestantse denkers, die vreesden dat zijn nieuwe filosofie gevestigde opvattingen zou ondermijnen. Toch zag Descartes zichzelf niet als een vijand van het geloof. In 1649 vertrok hij naar het hof van koningin Christina van Zweden. Hij stierf een jaar later in Stockholm. Zijn nadruk op twijfel, redenering en methode zou de moderne filosofie diepgaand beïnvloeden.