Desiderius Erasmus, volgens eigen zeggen rond 1466 in Rotterdam geboren, groeide uit tot een van de invloedrijkste geleerden van de Europese renaissance. Hij werd opgeleid in de Lage Landen, trad toe tot een klooster en werd priester, maar zijn grote belangstelling lag bij de klassieke talen, de Bijbel en de opvoeding. Hij reisde door Europa, verbleef onder meer in Engeland en Italië en onderhield een omvangrijke briefwisseling met geleerden en vorsten.
In 1511 verscheen zijn Lof der Zotheid, een geestige satire waarin hij de ijdelheid, hebzucht en schijnheiligheid van zijn tijd op de korrel nam, ook binnen de Kerk. In 1516 publiceerde hij een baanbrekende uitgave van het Griekse Nieuwe Testament, vergezeld van een nieuwe Latijnse vertaling. Daarmee moedigde hij geleerden aan om terug te keren naar de oorspronkelijke bronnen van het christendom.
Erasmus pleitte voor onderwijs, verdraagzaamheid en hervorming zonder kerkelijke breuk. Hoewel zijn kritiek invloed had op de Reformatie, bleef hij katholiek en verzette hij zich tegen de radicalisering van Maarten Luther. Hun meningsverschil over de vrije wil groeide uit tot een beroemd theologisch debat. Erasmus overleed in 1536 in Bazel. Zijn werk maakte hem tot een symbool van het humanisme: kritisch tegenover machthebbers, maar overtuigd van de kracht van kennis en dialoog.